Wie heeft het niet meegemaakt? Je zit op de bank met een stukje kaas en die lieve hondenogen staren je smekend aan. De vraag is: mag je dat stukje kaas nou delen met je viervoeter? Het korte antwoord is ja, maar er komen wel wat belangrijke kanttekeningen bij kijken.
Waarom honden kaas wel lekker vinden
Kaas heeft voor honden dezelfde aantrekkingskracht als voor ons: het is vol van smaak en bevat eiwitten en calcium. Veel hondentrainers gebruiken kleine stukjes kaas zelfs als beloningssnack tijdens trainingen. De sterke geur en smaak maken het tot een echte traktatie voor je hond.
Vanuit voedingsoogpunt biedt kaas wel wat goeds. Het zit vol eiwitten die goed zijn voor de spieren van je hond, plus calcium voor sterke botten. Maar dat is nog niet het hele verhaal.
De problemen met kaas voor honden
Hier wordt het interessant. De meeste volwassen honden zijn lactose-intolerant. Net als veel mensen kunnen ze melksuiker niet goed verteren. Ik zie het regelmatig bij honden in mijn omgeving: na een stukje kaas krijgen ze last van diarree, winderigheid of buikpijn.
Daarnaast zit er veel zout in kaas, veel meer dan goed is voor honden. Te veel zout kan leiden tot uitdroging en in extreme gevallen zelfs zoutvergiftiging. Vooral oude kazen zoals parmezaan zijn echte zoutbommen.
Het vetgehalte is ook een punt van aandacht. Kaas is behoorlijk vetrijk, wat problemen kan geven bij honden die gevoelig zijn voor pancreatitis of al overgewicht hebben.
Welke kaas is veiliger dan andere
Als je toch een stukje kaas wilt delen, kies dan verstandig. Jonge harde kazen zoals jonge Goudse kaas bevatten minder zout dan oude kazen. Cottage cheese is ook een betere optie omdat het minder vet en zout bevat.
Geitenkaas of schapenkaas kunnen soms beter worden verdragen omdat ze van nature minder lactose bevatten. Maar let op: dit geldt niet voor alle honden.
Vermijd absoluut kazen met toevoegingen zoals knoflook, kruiden of kunstmatige zoetstoffen. Deze kunnen giftig zijn voor honden.
Hoeveel en hoe vaak
De hoeveelheid is cruciaal – sorry, belangrijk. Denk aan één of twee kleine blokjes van maximaal een centimeter, en dan hooguit een paar keer per week. Voor kleine honden moet je dit nog verder beperken.
Ik raad altijd aan om de eerste keer heel voorzichtig te beginnen. Geef een heel klein stukje en kijk hoe je hond erop reageert. Net zoals je zou doen als je rijst introduceert in het dieet van je hond.
Wanneer helemaal geen kaas geven
Sommige honden kunnen beter helemaal geen kaas krijgen. Honden met een gevoelige maag, overgewicht, pancreatitis of bekende voedselallergieën laat je beter kaas overslaan.
Ook puppy’s zijn vaak gevoeliger voor lactose dan volwassen honden, dus bij jonge honden ben ik extra voorzichtig.
Symptomen waar je op moet letten
Als je hond na het eten van kaas braakt, diarree krijgt, apathisch wordt of juist heel onrustig, stop dan meteen met kaas geven. Dit kunnen tekenen zijn van lactose-intolerantie of in het ergste geval zoutvergiftiging.
Bij ernstige symptomen zoals trillen, overgeven of verwardheid neem je direct contact op met de dierenarts.
Betere alternatieven
Eerlijk gezegd zijn er veel betere traktaties voor je hond dan kaas. Speciale hondenkoekjes, stukjes wortel of appel (zonder pitjes) zijn veel veiliger en vaak net zo lekker.
Voor training kun je ook kleine stukjes gekookte kip of lever gebruiken. Die hebben hetzelfde ‘wow-effect’ zonder de risico’s van kaas.
Kaas voor honden is dus mogelijk, maar met mate en verstand. Een heel klein stukje af en toe als speciale traktatie kan, maar maak er geen gewoonte van. Je hond is uiteindelijk het gelukkigst met voeding die speciaal voor hem gemaakt is.